Geen categorie

Ik miste niets

Mijn uitgangspunt was altijd dat ik mensen het liefst live in mijn praktijk spreek. Daar heb ik volledige controle over wat er gebeurt: ik sluit de dubbele deuren, doe het gordijn achter iemand soms een beetje dicht zodat ik het gezicht beter kan zien, en dan zijn we samen in die ruimte.

Er kan een stilte vallen en in die stilte begint soms iets te ontstaan. Ik hoor de woorden, maar zie tegelijkertijd de gelaatsuitdrukking, de lichaamshouding, hoe de voeten gaan staan, en hoor kleine verschillen in intonatie. De ander kan op zijn beurt zien hoe ik daarop reageer.

Soms ontstaat er een toestand waarin de tijd een beetje stilstaat en er alleen nog het gesprek is en wat daarin gebeurt. Ik kan iets teruggeven wat ik op dat moment waarneem, soms ook iets onverwachts of provocerends, iemand vragen op een andere stoel te gaan zitten, opstaan om iets op te schrijven, rondlopen of zelf ergens anders gaan zitten. Ook de ruimte en wat we daarin doen worden dan onderdeel van het gesprek.

Dat alles hoort voor mij bij een sessie.

Waarom dan toch Zoom?

De eerste reden was eigenlijk heel praktisch. Mijn werkende leven heeft zich deels niet tot Nederland beperkt, eerst vanuit een cultureel centrum met reizen door Europa en later in bedrijfsleven met internationale klanten. Ik heb in verschillende landen en talen gewerkt en doe mijn huidige werk in het Nederlands, Engels en Duits. Op een gegeven moment waren er mensen met wie ik wilde werken die niet naar mijn praktijk konden komen, omdat ze in München of Parijs woonden, of in China of Guatemala. Zoom maakte dat mogelijk.

Wat me vervolgens verbaasde, was dat ik niets miste.

Dat lijkt in tegenspraak met wat ik hiervoor schreef, want een deel van wat in een live sessie waarneembaar is, is via Zoom eenvoudigweg afwezig. Ik zie voornamelijk een gezicht, geen benen of voeten en nauwelijks lichaamshouding. Ook kan ik niet even ergens anders gaan zitten of door de kamer bewegen. En toch heb ik, zodra ik eenmaal in zo’n gesprek zit, nooit het gevoel dat er iets ontbreekt.

Misschien komt dat doordat mijn aandacht zich vanzelf richt op wat er wél is: het gezicht van iemand, de uitdrukking daarvan, de stem en kleine verschillen in intonatie. Er ontstaat opnieuw een flow van communicatie en verbinding. Maar misschien is er meer aan de hand en komt er in zo’n Zoomsessie ook iets terug wat ik niet zo goed kan definiëren.

Er kwam bovendien iets bij.

Mensen bleken via Zoom soms gemakkelijker heel persoonlijke of intieme dingen te vertellen. Het was alsof het juist hielp dat we niet samen in één ruimte zaten, dat ze vrijer konden spreken doordat de fysieke aanwezigheid van een ander mens iets minder sterk werd gevoeld.

Ook ontstond er een andere vorm van gelijkwaardigheid. Wie naar mijn praktijk komt, loopt drie trappen op en komt bij mij op bezoek. Ik ontvang iemand, bied koffie of water aan en bepaal waar we zitten. Via Zoom pakken we allebei onze eigen koffie of water, of ook niet. Niemand is bij de ander te gast.

Dat lijkt misschien onbelangrijk, maar volgens mij doet het iets met een gesprek. De vorm van samenwerken die ik belangrijk vind, ontstaat bijna vanzelfsprekender.

En soms zit iemand thuis of op de eigen werkplek en krijg ik iets te zien van de natuurlijke omgeving waarin die persoon leeft. Mogelijk gedraagt iemand zich daar ook iets meer zoals hij of zij gewoonlijk doet. Een praktijkkamer blijft tenslotte een praktijkkamer, met impliciete verwachtingen over hoe je je daar gedraagt, ook al worden die nergens uitgesproken.

Dus wat is beter?

Ook nu ik beide vormen veelvuldig heb ervaren, vind ik het moeilijk de voor- en nadelen werkelijk tegen elkaar af te wegen. Voor sommige mensen maakt Zoom begeleiding bovendien überhaupt mogelijk. Dat geldt vanzelfsprekend voor iemand in een ander land, maar soms ook voor iemand die gewoon in Amsterdam woont en gemakkelijker een uur kan vrijmaken voor een online gesprek dan de tijd die nodig is om naar mijn praktijk te komen en weer terug te gaan.

Als ik zelf mag kiezen, blijft er toch een voorkeur. Ik wil graag de benen en de voeten zien, de lichaamshouding, en houd van het samen in één ruimte zijn en van die merkwaardige toestand die soms kan ontstaan waarin de tijd verandert. Ook houd ik ervan dat ik kan bewegen, dat de ander kan bewegen en dat ook dat onderdeel kan worden van wat er gebeurt.

Is live daarom beter? Dat kan ik niet zeggen. Misschien is mijn voorkeur uiteindelijk gewoon persoonlijk, omdat deze manier van ontmoeten past bij hoe ik waarneem en hoe ik werk.

Als al het andere gelijk is, dan graag live.

En zodra we op Zoom zitten, mis ik het niet.

Plaats een reactie